Hoe kunnen we je helpen?

Het IT-systeem van de Belastingdienst ondervindt problemen met de ondernemersgroei

Nieuwsartikel voor accountancybranche – IB-ondernemer


Het aantal ondernemers in Nederland neemt, ondanks de coronacrisis, nog steeds toe. Dat betekent vanzelfsprekend meer drukte voor de Belastingdienst én meer belasting voor hun IT-systeem. En daar ging het in de maand augustus op erbarmelijke wijze mis.

Het systeem had op 4 en 5 augustus een ernstige hapering. Op die dag moest het de btw-aangiftes van het tweede kwartaal verwerken, maar dat waren er zoveel dat de geautomatiseerde verwerking ervan werd stilgelegd.

Dat zorgde ervoor dat de Belastingdienst noodgedwongen overstapte op een handmatige verwerking. Ook niet ideaal, zo bleek. Een menselijke fout leidde ertoe dat de overvloed aan aangiftes alsnog niet kon worden verwerkt.

De dupe van dit alles? De ondernemer. Het IT-systeem heeft hierdoor onterechte naheffingsaanslagen verstrekt. Ondernemers werden onverwachts getrakteerd op betaalverzuim- én aangifteverzuimboetes. Rekeningen die soms wel duizenden euro’s bedroegen.

Oplossing

De fout kwam aan het licht toen ondernemers een boete kregen terwijl ze, onder meer door de pandemie, helemaal geen omzet hadden gedraaid. De Belastingdienst heeft daardoor geanalyseerd welke ondernemers abusievelijk een boete ontvingen. De slachtoffers zijn inmiddels geïnformeerd.

De demissionair staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, Hans Vijlbrief, heeft ook gereageerd op de commotie. Hij stelde in zijn antwoord op de bijbehorende Kamervragen dat er vanaf nu extra controles op handmatige verwerkingen worden ingezet.

Op langere termijn kijkt men bij de fiscus naar een nieuw IT-systeem. Volgens Vijlbrief is het huidige systeem voor de verwerking van de omzetbelasting inmiddels verouderd. Een nieuwe variant moet ervoor zorgen dat de huidige kwetsbaarheden verdwijnen, waarna het ook de huidige ondernemersgroei aankan.

De Belastingdienst is ten tijde van schrijven gestart met de overgang op het nieuwe IT-systeem.

Deze drie fiscale coronamaatregelen worden tot eind dit jaar verlengd

Deze drie fiscale coronamaatregelen worden tot eind dit jaar verlengd
De meeste steunpakketten voor de economie worden op 1 oktober 2021 stopgezet. Dat maakte het kabinet in augustus bekend. Daaronder vallen onder meer de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) en de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Toch bestaat er ook een drietal regels dat juist tot 31 december 2021 wordt verlengd.

Het gaat daarbij om drie verschillende maatregelen: de vrijstellingen voor Duitse netto-uitkeringen, de onbelaste reiskostenvergoedingen voor medewerkers én de betaalpauzes voor hypotheken. We lichten ze hieronder voor u toe.

Vrijstellingen voor Duitse netto-uitkeringen

Sommige ondernemers hebben, als gevolg van de pandemie, uitkeringen uit Duitsland en/of België ontvangen. Drie specifieke, Duitse uitkeringen genieten vrijstelling – tot en met 31 december 2021. Dat kan gevolgen hebben voor uw belastingaangifte. Neem contact op met de Belastingdienst om te weten om welke vrijstellingen het precies gaat.

Onbelaste reiskostenvergoeding voor werknemers

Heeft u werknemers in dienst die een vaste reiskostenvergoeding ontvangen? En werken zij momenteel deels of volledig thuis? Dan is het tot en met 31 december 2021 niet nodig om deze aan te passen. De maatregel voor een onbelaste reiskostenvergoeding voor werknemers is namelijk ook verlengd.

Hierbij geldt overigens wel één voorwaarde: de reiskostenvergoeding moet al vóór 13 maart zijn toegekend.

Betaalpauzes voor hypotheken

Heeft u, onverhoopt en door de coronapandemie, uw hypotheek niet kunnen betalen? Dan heeft u mogelijk een betaalpauze aangevraagd. Dit is een periode waarin u geen – of minder – rente en/of aflossing heeft betaald.

Deze pauzes waren oorspronkelijk aan te vragen tot en met 1 oktober 2021. Omdat sommige branches nog steeds te maken hebben met de gevolgen van de pandemie, heeft het demissionaire kabinet deze mogelijkheid verlengd. Betaalpauzes zijn nu mogelijk tot 31 december 2021.

Zzp’ers in de problemen blijken vooral dienstverleners te zijn: hoe kan dat?

Zzp’ers in de problemen blijken vooral dienstverleners te zijn: hoe kan dat?

Veel ondernemers belandden tijdens de COVID-19-pandemie in zwaar weer. Zelfstandigen zonder personeel vormen vanzelfsprekend géén uitzondering. Toch blijkt er een wezenlijk verschil tussen tussen de verschillende branches waarin deze ondernemers werkzaam zijn. Zzp’ers in de dienstverlening blijken zwaarder getroffen, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Onder zelfstandigen in de dienstverlening verstaan we onder meer kappers, chauffeurs, masseurs en schoonheidsspecialisten. De verklaring hiervoor is even logisch als simpel: het zijn allemaal contactberoepen en die moesten hun zaken noodgedwongen sluiten.

Het resulteerde in een stijging van het aantal zelfstandige ondernemers in de dienstverlening dat minder dan drie maanden zonder inkomen kan rondkomen. Deze groep vormt nu 33 procent van de ondernemers.

Dat percentage stijgt overigens niet veel als we kijken naar zzp’ers in het algemeen. Een op de vijf zelfstandigen geeft nu aan niet langer dan drie maanden te kunnen bestaan, mocht het totale inkomen in één klap wegvallen. Dat is ongeveer hetzelfde als twee jaar geleden.

Ongeveer 39 procent van de ondernemers stelt daarnaast dat ze een jaar of langer zonder inkomen door het leven kunnen gaan. Dit percentage was twee jaar terug iets hoger: 41 procent.

Winstgevende branches

Recht tegenover de noodlijdende branches staan vakgebieden die sinds de uitbraak van de pandemie juist zijn gegroeid. Een goed voorbeeld van een branche die – soort van – heeft geprofiteerd van de crisis, is de IT. Cijfers tonen aan dat het aantal zzp’ers in de IT dat minder drie maanden zonder inkomen kan relatief is gedaald. Momenteel verwacht nog maar 11 procent van de zelfstandige IT’ers minder dan drie maanden zonder inkomen te kunnen overleven, waar dat twee jaar geleden nog 16 procent was.

Bron: CBS

Verminderde mobiliteit ondernemers: zóveel minder kilometers werden er in 2020 afgelegd

Thuiswerken - Verminderde mobiliteit ondernemers: zóveel minder kilometers werden er in 2020 afgelegd - Brixxs

Thuiswerken is een absoluut begrip geworden tijdens de coronacrisis. Dat heeft vanzelfsprekend ook geleid tot fors minder woon-werkverkeer. Niet geheel verrassend werden er in 2020 behóórlijk minder kilometers afgelegd.

147 miljard kilometer, om precies te zijn. Dat klinkt misschien alsnog absurd hoog – en dat is het natuurlijk ook. Maar een jaar eerder, dus voor de pandemie, stond de teller op 211 miljard kilometer. Dat is bijna een derde meer, zo meldt het CBS.

Oorzaak

De cijfers gelden voor autoverkeer, maar ook voor kilometers afgelegd te voet, met de fiets, per trein of met een ander vervoersmiddel. De oorzaak is, zoals gezegd, te vinden in de pandemie. Die zorgde er zeker vlak na de uitbraak voor dat mensen massaal thuisbleven. Kantoren werden gesloten, recreatieve bestemmingen gingen op slot en er gold een algeheel blijf thuis-advies. Kortom: er waren niet al te veel redenen voor mensen om nog de straat op te gaan.

Mobiliteit

Daarmee daalde de mobiliteit in de eerste week van de lockdown naar 12,3 kilometer per persoon per dag. Ter illustratie: een week eerder stond deze nog op 34,0 kilometer.

De mobiliteit nam na het eerste deel van de lockdown geleidelijk weer toe. Deze leek eind juli 2020 weer terug te zijn op het oude niveau – 31,5 kilometer per persoon per dag. De tweede golf aan coronabesmettingen zorgde echter weer voor een daling, hoewel deze vergeleken bij de eerste week van de lockdown redelijk beperkt bleef. Rond Kerstmis 2020 stond het gemiddelde aantal kilometers per persoon per dag op rond de twintig.

Vervoersmiddelen

De cijfers van het CBS laten ook verschillen in vervoersmiddelen zien. Het openbaar vervoer beleefde in dat kader de grootste krimp. Het aantal kilometers met de trein nam bijvoorbeeld met maar liefst zestig procent af.

Het betaalgedrag van bedrijven is verbeterd tijdens de pandemie: dit zijn de oorzaken

Het betaalgedrag van bedrijven is verbeterd tijdens de pandemie: dit zijn de oorzaken

Veel uiteenlopende zaken zijn er tijdens de coronacrisis – helaas – op achteruit gegaan. Het betaalgedrag van bedrijven hoort daar niet bij, zo blijkt uit een recent onderzoek van Betaalme.nu.

Het is doorgaans een blok aan het been van de gemiddelde, kleine ondernemer: facturen naar grote bedrijven die maar niet worden betaald. ‘Een grote administratie’, wordt veelal aangedragen als excuus voor een late uitbetaling.

Maar daar lijkt nu verandering in te komen. Bedrijven lijken dit soort betalingen aanzienlijk sneller door te voeren, zo wijst het onderzoek, uitgevoerd door het onderzoeksbureau DirectResearch, uit. Zo wordt 65 procent van de binnenkomende facturen nu binnen de gestelde termijn betaald. Dit percentage lag een jaar eerder nog op 58 procent.

Oorzaken voor verbeterd betaalgedrag

De mogelijke redenen voor een verbetering in het betaalgedrag lopen nogal uiteen. Wellicht speelt het een rol dat bedrijven allemaal – in meer of mindere mate – met de pandemie hebben te maken. De kans is daarbij aanwezig dat er sprake is van een soort groeiend moraalbesef: grote bedrijven kunnen kleine organisaties gewoon niet zomaar zonder geld laten zitten.

Een andere, mogelijke oorzaak staat verder los van de pandemie en heeft te maken met de opkomst van elektronisch factureren. Steeds meer ondernemingen werken met e-facturen. Ze worden verstuurd via een tussenpartij en vergroten de nauwkeurigheid van de facturen zelf aanzienlijk. Daarnaast zijn ze door de ontvanger makkelijker te verwerken, hetgeen de betaling ook ten goede komt.

Een derde potentiële oorzaak heeft te maken met behoedzaamheid. Vanwege sluimerende, economische problemen zijn meer ondernemers geneigd om eerst een aanbetaling te vragen. Daarnaast worden er mogelijk ook meer (aanvullende) betaalverzoeken de deur uit gedaan.

Datum voor compensatieregelingen evenementen blijft 1 juli

Datum voor compensatieregelingen evenementen blijft 1 juli

Organisatoren van evenementen krijgen bij een gedwongen annulering het recht op een subsidieregeling. Dat geldt echter alléén voor evenementen die na 1 juli worden georganiseerd – en dat blijft voorlopig zo.

Dat heeft minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) onlangs laten weten aan de Tweede Kamer.

Haar mededeling volgde op de Kamervragen gesteld door Mustafa Amhaouch en Agnes Mulder van het CDA. Zij stelden dat de datum van 1 juli geen oplossing bood voor events die vóór deze dag gepland stonden. Voorbeelden daarvan zijn de TT in Assen en het festival Pinkpop. Laatstgenoemde is inmiddels afgelast, hoewel dat te maken had met complexiteiten rondom het inhuren van internationale artiesten.

Maar daar wil het kabinet dus niet aan beginnen. De Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19, zoals de regeling voluit gaat heten, blijft uitsluitend bedoeld voor events na 1 juli.

Verplaatsing

Als reactie op de Kamervragen opperde Van Engelshoven dat evenementen eventueel verplaatst kunnen worden, zodat ze wel aanspraak kunnen maken op de regeling. Tot en met 16 juni zijn grootschalige evenementen sowieso niet toegestaan. Of het vanaf die dag wel mogelijk is, hangt af van de nationale gezondheidssituatie.

Regeling

De subsidieregeling omvat een steunpakket waarbij het Rijk garant staat voor de kosten van zo’n evenement, mocht deze door de verschillende coronabeperkingen niet door kunnen gaan.

In dat geval krijgt de organisatie het grootste deel van de gemaakte kosten terug in de vorm van een gift: tachtig procent. De overgebleven kosten worden dan terugbetaald in de vorm van lening.

Het kabinet heeft zo’n 385 miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze regeling. Dat komt mede voort uit het feit dat verzekeraars de annuleringspolissen uit hun aanbod hebben geschrapt.

Inkomstenbelasting en de politiek: dit willen déze partijen met uw IB

Inkomstenbelasting en de politiek: dit willen déze partijen met uw IB

Kilometerheffingen, collectiviteitskortingen, basisverzekeringen… De nieuwe partijen in de Tweede Kamer hebben allemaal hun standpunten over wat u als ondernemer aangaat. Het belangrijkst is echter hun opinie omtrent de inkomstenbelasting. We nemen daardoor de plannen van de vijf grootste partijen rondom de IB met u door.

VVD

De VVD is van oudsher een ondernemerspartij en dat laat hun programma ook – soort van – zien. Qua IB zijn ze gefocust op de invoering van een korting op middeninkomens. Ze pleiten daarnaast voor een uitbreiding en verhoging van de arbeidskosten en willen werken méér laten lonen door de totstandkoming van een werkbonus.

De VVD vindt tevens dat het huidige belasting- en toeslagenstelsel makkelijker kan.

D66

D66 staat voor financiële solidariteit en uit dat via onder meer een negatieve inkomstenbelasting, gestoeld op de omvang van een huishouden – en niet op het inkomen. Ze denken dat zo’n systeem zorgt voor minder inkomstenbelasting, maar voor méér belasting op vervuiling en het vermogen.

De democraten zijn eveneens voorstander van gemeentes die zelf inkomstenbelastingen kunnen heffen.

PVV

De PVV stelt een aantal belastingverlagingen voor, waaronder een lagere btw op boodschappen, een verlaging van de energiebelasting en het behoud van zorgtoeslag voor bepaalde inkomens. Ze staan daarnaast voor het onveranderd blijven van zaken als ontslagvergoedingen en hypotheekrenteaftrek en zijn tegen rekeningrijden.

CDA

Om Nederland uit de crisis te helpen, staat het CDA positief tegenover een extra belastingtarief voor de hoogste inkomens: een zogenoemd toptarief. Ze zijn, net als de VVD, voor een vereenvoudigde versie van het toeslagenstelsel en willen dat ouders uitsluitend een inkomensafhankelijke bijdrage betalen voor eventuele kinderopvang.

PvdA

De Partij van de Arbeid wil een nieuw belastingtarief introduceren. Als het aan hen ligt gaan inkomens boven de €150.000 voortaan zestig procent afdragen.

Digitale revolutie: de voordelen van de online accountant

Digitale revolutie: de voordelen van de online accountant

De coronacrisis heeft ons met de neus op vele feiten gedrukt, maar de noodzaak tot digitalisering valt misschien wel het meeste op. Eens te meer is aangetoond dat winkeliers eigenlijk niet zonder een online shop kunnen, terwijl verschillende bedrijfsleiders ongetwijfeld nadenken of hun werknemers na de pandemie nog wel zo vaak naar kantoor hoeven te komen.

Ook de accountancybranche ontkomt niet aan dergelijke transities. Dat kan echter ook verschillende voordelen hebben.

De accountant werd lange tijd gezien als hét beroep waarbij face-to-face-communicatie onvermijdelijk was. De onderwerpen die accountants behandelen, zijn tenslotte gevoelig. Items als de inkomstenbelasting dienen bij voorkeur niet via Zoom of iets dergelijks te worden besproken.

Toch treden er nu in rap tempo veranderingen op. Een transitie die weliswaar al was ingezet, maar aanzienlijk is versneld onder de invloed van de pandemie. Datzelfde Zoom is bijvoorbeeld onmisbaar geworden binnen ieder willekeurig bedrijf. Het aantal digitale aankopen torent in rap tempo boven de omzet van traditionele winkeliers uit. Technologie is dus meer en meer leidend. En dat biedt ook accountants allerlei voordelen.

Voordelen van de online accountant

Zo kan een accountant veel beter inspelen op uw persoonlijke wensen. Processen als het doorgeven van de omzetbelasting kunnen nu niet alleen geautomatiseerd, maar ook naar uw ritme worden vormgegeven. Een accountant kent uw voorkeuren en werkwijze en dat maakt bijvoorbeeld het opgeven van de jaarcijfers eenvoudiger, maar ook sneller. En tijdswinst is voor zowel accountant als consument nooit verkeerd.

‘Gaat dat dan niet ten koste van de persoonlijke band tussen de accountant en klant?’ Nee – dat ligt niet in de lijn der verwachtingen. Empathie en passie zijn nog altijd onmisbare onderdelen. De accountancy is een menselijke branche. Het verschil dat de mensen nu gebruik kunnen maken van extra, digitale mogelijkheden waarmee het contact juist persoonlijker kan worden.

Plannen-voor-meer-steun-aan-beginnende-ondernemers:-wat-houdt-dit-in?

Plannen voor meer steun aan beginnende ondernemers: wat houdt dit in?

De Tweede Kamer kwam onlangs met – soort van – goed nieuws: de Kamer wil de coronasteun voor startups uitbreiden. Dat kan een uitweg zijn voor de ondernemingen die momenteel géén aanspraak kunnen maken op steun, vanwege een ‘te vroege’ inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
Het is in deze tijd een veelgehoord argument wanneer u iemand vertelt dat de zaken moeizaam verlopen: ‘Maar u krijgt toch steun?’ De realiteit is echter dat er nogal wat ondernemingen buiten de diverse regelingen vallen. Ter illustratie: wie zijn of haar bedrijf tussen 1 januari en 30 juni 2020 is gestart, mag gebruik maken van de zogenoemde starterssteun. Die regeling werd min of meer in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat nét begonnen ondernemingen niet direct na de opening de dupe worden van de coronapandemie.
Het houdt echter ook in dat u géén steun ontvangt wanneer uw bedrijf in december 2019 startte. Zodoende vallen er behoorlijk wat bedrijven buiten de boot. En daar wil de Tweede Kamer nu iets aan doen, zodat er geen levensvatbare bedrijven buiten de boot vallen.

Steunpakketten

Verschillende partijen pleiten nu voor een uitbreiding van de huidige maatregelen, waarmee ook ondernemers worden geholpen die eind 2019 zijn gestart. Ze achten de kans groot dat het kabinet dit binnen afzienbare tijd regelt. Hoe deze steun er precies uit komt te zien? Dat is nu nog niet duidelijk. Men werkt namelijk nog aan een exacte regeling.
Mochten bedrijven die eind 2019 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in aanmerking komen voor steun, dan bestaat de kans dat deze lijkt op de steun die starters tussen 1 januari en 30 juni 2020 krijgen. Het kabinet heeft daarvoor in totaal zeventig miljoen euro beschikbaar gesteld.

Het basistarief voor de inkomstenbelasting is lager in 2021: dit moet u erover weten!

Het basistarief voor de inkomstenbelasting lager in 2021: dit moet u erover weten

Heeft u een inkomen tot €68.507? Dan hebben we in principe goed nieuws voor u. U betaalt vanaf dit jaar tenslotte minder belasting. Het basistarief voor de inkomstenbelasting is namelijk verlaagd. U betaalt over uw inkomsten géén 37,35 procent, maar 37,10 procent.

Dat lijkt misschien een erg kleine verandering – en in wezen is het dat natuurlijk ook. Feit blijft wel dat alle inkomens tot €68.507 onder de streep toch iets meer overhouden. En dat is altijd een welkome verandering.

Voor wie geldt deze wijziging?

De wijzigingen in het basistarief voor de inkomstenbelasting gelden voor iedereen die inkomstenbelasting betaalt. Daaronder vallen dus werkenden, maar ook mensen met een uitkering.

Waar komt deze wijziging vandaan?

Het wijzigen van het basistarief voor de inkomstenbelasting maakt deel uit van een pakket maatregelen genaamd Belastingplan 2021. De Eerste Kamer ging hier op 15 december van 2020 mee akkoord.

Overige wijzigingen

Het Belastingplan bevat meer nieuwe maatregelen op het gebied van verschillende soorten belastingen. Zo komt er, naast de verlaging van het basistarief voor de inkomstenbelasting, ook een wijziging in de overdrachtsbelasting. Vanaf dit jaar betalen woningkopers tot en met 35 jaar géén overdrachtsbelasting meer. Dat scheelt hen 2 procent van de aankoopprijs, waardoor het voor hen makkelijker moet worden om een huis te kopen. Vanaf 1 april 2021 geldt daarbij wel de aanvullende voorwaarde dat deze woning niet duurder mag zijn dan €400.000.
Andere belastingmaatregelen in het pakket hebben betrekking op onder meer de heffingskorting. Deze wordt met €126 verhoogd, wat gunstig is voor zowel zelfstandigen als werknemers in loondienst en waardoor werken weer iets meer gaat lonen. Daarnaast krijgen we te maken met verschillende milieubelastingen. Voorbeelden daarvan zijn een nieuwe vliegtaks en een CO2-heffing voor bedrijven die veel CO2 uitstoten.