Hoe kunnen we je helpen?

Waarom het – volgens de Consumentenbond – loont om onderzoek te doen naar de tarieven van een notaris

Nieuwsartikel voor notarisbranche – Particulier


Het is slim om eerst zelf onderhandse schenkaktes op te maken vóór je naar een notaris stapt. Dat is de conclusie van de Consumentenbond na een onderzoek.

De Consumentenbond benaderde hiervoor dertig verschillende notarissen. De vraag aan hen was simpel: stel een akte op voor een fictieve, 59-jarige man die, meerdere jaren na elkaar, een belastingvrije schenking aan zijn dochters wil doen. Houd daarbij rekening met het maximale schenkingsbedrag én het feit dat deze niet-bestaande man drie dochters heeft. Het doel: uiteindelijk besparen op de erf- en inkomstenbelasting.

Nu ontgaan de regels omtrent deze belastingen en de werkwijze van de verschillende notarissen elkaar eigenlijk niet. Maar wat wél veel scheelt, zijn de onderlinge tarieven. De Consumentenbond meldt namelijk dat deze behoorlijk uiteenlopen: van €252 tot wel €945.

Verschillen in kortingen

Daar komt nog eens bij dat er óók nog verschillen in kortingen optreden.

Ter illustratie: sommige notarissen gaven kortingen voor het opstellen van de tweede en derde akte, maar die liepen nogal uiteen. Waar het ene kantoor een korting van €15 weggaf, kreeg de Consumentenbond bij het andere kantoor een korting van maar liefst €945. Nogal een verschil, dus.

Andere notarissen gaven helemaal geen kortingen. Het moraal van het verhaal? De prijzen voor het samenstellen van drie notariële aktes lopen nogal uiteen.

Advies van de Consumentenbond

Het advies van de Consumentenbond is dan ook redelijk eenvoudig. Volgens hen kunnen cliënten die schenkingen willen doen het best eerst zelf onderhandse schenkaktes opmaken.

Het voordeel daarvan is dat een notaris deze achteraf kan bekrachtigen – voor meerdere jaren. Dit werkt uiteindelijk besparend voor de cliënt. Hij of zij heeft daardoor tenslotte minder notarisbezoeken nodig.

Een testament opstellen: waarom het zinvol is om dit te overwegen

Een testament opstellen: waarom het zinvol is om dit te overwegen
Een testament opstellen is in principe altijd zinvol. Dit omdat u anders geen zeggenschap heeft over uw erfenis. De wet bepaalt in zo’n geval wat daarmee gaat gebeuren. Maar er zijn meer redenen te bedenken. We nemen ze hieronder met u door.

De zeggenschap die gepaard gaat met het opstellen van een testament komt met vele voordelen. Die zijn bijvoorbeeld interessant voor mensen die niet getrouwd zijn. Dat houdt namelijk in dat bezittingen niet automatisch naar een partner gaan. Zoiets moet u regelen via een testament.

Een ander voordeel van zeggenschap is dat u door middel van een testament kunt bepalen wie zeggenschap krijgt over kinderen óf wat er met u geld moet gebeuren. U kunt bijvoorbeeld bepalen hoe dit over uw kinderen wordt verdeeld, maar ook of dit wel of niet naar een goed doel moet gaan – en zo ja, welk goede doel.

Belastingvoordelen

Naast zeggenschap kleeft er nog een belangrijk voordeel aan het opstellen van een testament – eentje van een heel andere orde. Een goed testament levert uw nabestaande namelijk geld op.

Dat heeft te maken met de erfbelasting. Vakkundige notarissen zijn in staat om een testament zó op te stellen dat u niet meer betaalt dan nodig voor zowel de erfbelasting als de AWBZ-zorgbijdrage. Hoe dat eruit ziet? Dat is afhankelijk van uw persoonlijke situatie.

Notaris

Een testament opstellen dient dus te gebeuren bij de notaris – en omdat hij of zij kan helpen in het ondersteunen met de besparing op de erfbelasting, is dat maar goed ook. Notarissen kunnen daarbij ook ondersteunen tijdens het inrichten van dit testament. Hij of zij heeft uw wensen ongetwijfeld vaker gehoord en kan u zodoende van passend advies voorzien.

De KNB wil dat notarissen strenger worden gecontroleerd: waarom?

De KNB wil dat notarissen strenger worden gecontroleerd: waarom?

Een enigszins opmerkelijk verzoek vanuit de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB): onderwerp notarissen aan scherpere controles. Een eis die het directe gevolg is van één specifieke fraudezaak, waardoor volgens het KNB alles in het werk moet worden gesteld om de teugels minder te laten vieren.

De fraudezaak in kwestie gaat om het advocaten- en notarissenkantoor Pels Rijcken. Deze organisatie kwam onlangs behoorlijk negatief in het nieuws nadat bleek dat Frank Oranje, voormalig bestuursvoorzitter, jarenlang miljoenen euro’s naar privérekeningen sluisde. Hij deed dit via zogenoemde derdengeldrekeningen, waardoor het lang ontraceerbaar was.

De zaak is voor het KNB reden genoeg om versneld te werken aan een strengere controle op notarissen. Voorbeelden van nieuwe, bijhorende maatregelen zijn onder andere de registratie van nevenfuncties, het beheer van de stichtingen en de controle op derdengeldrekeningen.

Nevenfuncties en stichtingbeheer

Leden van de KNB zijn inmiddels omgeroepen om nevenfuncties te actualiseren. De registratie hiervan was al verplicht, maar een actualisatie stelt toezichthouder Bureau Financieel Toezicht (BFT) beter in staat om deze te controleren. De KNB is daarnaast begonnen met een inventarisatie van de bestuurders van stichtingen. Via de Kamer van Koophandel wordt bekeken welke notarissen zich als zodoende hebben aangemeld.

Derdengeldrekeningen

Vanzelfsprekend worden ook de inmiddels beruchte derdengeldrekeningen aangepakt. De KNB komt namelijk op de proppen met verschillende, aanvullende reglementen voor het beheer van derdengelden. Welke regels dit precies zijn, is niet nog niet helemaal duidelijk. Wel is bekend dat ze ervoor moeten zorgen dat notarissen niet langer langdurig zonder enige vorm van toezicht over deze gelden kunnen beschikken.

We weten ook dat de KNB pleit voor meer digitalisering van het betalingsverkeer, zodat transacties via derdengeldrekeningen transparanter worden. Dit wordt momenteel besproken met het BFT en de Nederlandse Verenigingen van Banken.

Waarom een samenlevingscontract zo belangrijk is

Samenlevingscontract - Waarom een samenlevingscontract zo belangrijk is - Brixxs

Heeft u onlangs een huis gekocht? We willen u niet van uw feestvreugde beroven, maar binnen afzienbare tijd moet u tóch schakelen: er is papierwerk aan de winkel. Een samenlevingscontract is mogelijk een voorbeeld van iets dat vóór intrek moet gebeuren.

Zo’n samenlevingscontract draait om het vastleggen van afspraken tussen de personen die samen een huis hebben gekocht. Dat gebeurt bij een notaris. Hij of zij loodst u door wat doorgaans wordt beschouwd als de saaie onderdelen die bij een huis kopen komen kijken. U wilt u tenslotte het liefst bezighouden met de inrichting van uw nieuwbakken woning. Niet met de verdeling van financiën.

Verdeling van financiën

Die verdeling van financiën is dan ook direct het belangrijkste element van een samenlevingscontract. Dit document stelt allereerst van wie het huis is: van beide inwoners – of méér van de een dan van de ander? Daarbij is ook aandacht voor andere bezittingen. Inwoner A kan bijvoorbeeld het huis betrekken terwijl hij of zij in het bezit is van een auto. Wordt deze auto dan ook van Inwoner B – óf blijft dit bezit van enkel Inwoner A.

Verblijvingsbeding

Een verblijvingsbeding is een tweede element. Dit draait om iets waar u bij de aankoop van een woning helemáál niet aan wil denken: het overlijden van een na de twee bewoners. Het bepaalt wie het huis en de inboedel in het geval van zo’n noodsituatie erft. Daarmee wordt ook uitgesloten dat een derde, bijvoorbeeld familielid, met de woning aan de haal gaat.

Kinderen

Een veel leuker onderdeel van een samenlevingscontract heeft te maken met eventuele kinderen. Het contract stelt dan wie het ouderlijk gezag krijgt. Normaal gesproken krijgt de moeder dit gezag, terwijl de vader het kind daarvoor moet erkennen. Een samenlevingscontract regelt dit echter in één keer, maar stelt ook wie het gezag krijgt wanneer de relatie onverhoopt tot een einde komt. U komt in dat geval niet voor vervelende verrassingen te staan.

Notaris deed dertien (!) jaar over een eenvoudige erfrechtverklaring: hoe kon dit gebeuren?

Notaris deed dertien (!) jaar over een eenvoudige erfrechtverklaring: hoe kon dit gebeuren?

Notariswerkzaamheden zijn tijdrovend en kunnen soms behoorlijk wat uren in beslag nemen. Maar dertien jaar? Dat lijkt ons een béétje teveel van het goede. Vooral wanneer het gaat om iets simpels als de afwikkeling van een eenvoudige nalatenschap.

En toch is dat precies wat er eerder dit jaar in ’s-Hertogenbosch aan het licht kwam. Een notaris uit de Brabantse hoofdstad werd in 2007 belast met het afhandelen van de erfenis van een op 77-jarige leeftijd overleden erflaatster. Dertien jaar later is de zaak nog altijd niet afgerond.

Oorzaken

De redenen achter deze extreme vertraging zijn wat onduidelijk. Feit blijft wel dat de notaris pas in 2012 ook daadwerkelijk werd benoemd als vereffenaar: vijf jaar na het overlijden van de erflaatster. De overige vertraging is volgens de notaris zelf te wijten aan een breed palet een oorzaken, variërend van zieke collega’s en een verhuizing van het kantoor tot de coronacrisis en vakantie.

Kamer van het Notariaat

De Kamer van het Notariaat had echter geen boodschap aan zijn excuses – en ook niet aan het bijbehorende goedmakertje: er zou een complete taskforce op de ernstig vertraagde zaak worden gezet. Ze noemen het een blamage dat de basale nalatenschap nog niet is afgewikkeld. De erfgenamen hebben tot dusver dan ook nog geen cent gezien.

Wat het nog eens extra pijnlijk maakt, is dat sommige erfgenamen in de tussentijd zijn overleden. Ondertussen heeft de notaris wél 350 gewerkte uren geregisterd, hetgeen neerkomt op een factuurtje van €62.000. Daar zou dan ook nog eens 36 uur extra bij komen.

De huidige notaris gaat die werkzaamheden in ieder geval niet zelf uitvoeren: die is door de Kamer van het Notariaat uit het ambt gezet.

Banksaldo van een overledene uitgekeerd krijgen: waarom het lastig is

Banksaldo van een overledene uitgekeerd krijgen: waarom het lastig is

Een dierbare verliezen is per definitieve moeilijk. Daar hoeven beslommeringen in het bankwezen verder niets aan toe te voegen. Toch blijkt het banksaldo van een overledene uitgekeerd krijgen in de praktijk vaak gepaard te gaan met de nodige administratieve rompslomp. Hoe kan dat?

Het simpele antwoord op deze vraag? Banken zijn bang. Angstig dat saldi worden overgeboekt naar rekeningen die daar in de verste verte géén recht op hebben, onder andere. En daardoor willen ze nog weleens vragen naar documenten die de meesten niet in huis hebben liggen.

Verklaring van erfrecht

Een verklaring van erfrecht, bijvoorbeeld. Dat is een notariële akte die – soort van – bewijst dat u degene bent met het recht op het erven van de desbetreffende rekening met inhoud. Daarmee heeft u veelal niet alleen toegang tot de rekening, maar kunt u ook de woning van de overledene verkopen én kan diens levensverzekering worden uitgekeerd.

BRP

Het kan desondanks voorkomen dat alleen een verklaring van erfrecht niet genoeg is. Banken willen ook nog weleens vragen om een uittreksel BRP: Basisregistratie Personen. Dat is weliswaar geen notariële akte, maar wel een document waarmee kan worden vastgesteld dat u een rechtmatige nabestaande bent.

De BRP bevat bijvoorbeeld persoonsgegevens, maar ook die van uw ouders. Dat laat dus in ieder geval zien dat u een nabestaande bent. Hij is verkrijgbaar via de gemeente.

Centraal Testamentregister

Een testament kan ook een oplossing bieden. Daarvoor moet u niet bij de notaris of gemeente, maar bij het Centraal Testamentregister zijn. Er moet dan natuurlijk wel sprake zijn van een testament. Checken of dit inderdaad het geval is, is gratis: het daadwerkelijke testament opvragen kost geld.

Familieproblemen voorkomen? Sluit een erfrechtverklaring af!

Familieproblemen voorkomen? Een erfrechtverklaring kan helpen…

Erfenissen zijn bij uitstek zaken die nogal eens voor heibel binnen gezinnen en families leiden. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer verschillende kinderen vooraf al niet op goede voet met elkaar leefden, maar ook wanneer dit in wezen wél het geval was. Het is daarom altijd raadzaam om een zogenoemde erfrechtverklaring af te sluiten. Dit voorkomt een hoop gedoe wanneer er sprake is van een erfenis.

Een erfrechtverklaring stelt op papier vast wie recht heeft op het geld van een overledene. Dat kan alleen een notaris doen, waardoor er naderhand in feite geen gesteggel of een welles-nietes-spelletjes kan ontstaan.

Zo’n notaris bekijkt de situatie dan ook uiterst neutraal. Hij of zij doet bijvoorbeeld onderzoek náár de mogelijke erfgenamen. Hij speurt daarbij onder meer de burgerlijke stand én het Centraal Testamentenregister af. Doel daarvan is alle erfgenamen helder in beeld brengen, zodat er een zo eerlijk mogelijk afwikkeling van de situatie ontstaat.

Huizen, grond en voertuigen

Daarbij wordt niet alleen gelegd op financiële bescheiden. Erfenissen kunnen tenslotte ook bestaan uit huizen, stukken grond en zelfs voertuigen. In dat geval is het slim om niet alleen een erfrechtverklaring af te sluiten, maar deze ook in te schrijven bij het Kadaster.

Het Kadaster bevat namelijk de eigenaar van het huis, de grond of het voertuig. Dat was dus de inmiddels overleden eigenaar, maar na een inschrijving van de erfrechtverklaring gaat dit automatisch over op de erfgenamen. Dat kan de afwikkeling van de zaak aanzienlijk vereenvoudigen, zeker gezien zaken als de WOZ-aanslag en diverse levensverzekeringen hier mogelijk aan gekoppeld zijn.

Notaris benaderen

Kortom – wilt u familieproblemen omtrent een eventuele erfenis voorkomen? Dan is het raadzaam om in een vroeg stadium een notaris te benaderen als neutrale tussenpartij.

Starter? Let dan extra op de taxatiewaarde tijdens de overdrachtsbelasting

Starter? Let dan extra op de taxatiewaarde tijdens de overdrachtsbelasting

Het was – en is – in principe goed nieuws voor starters op de woningmarkt: het wegwuiven van de overdrachtsbelasting voor specifieke koophuizen. Grof gezegd houdt het in dat je géén overdrachtsbelasting betaalt wanneer u zowel na 1 april 2020 (voor het eerst) een huis koopt en dit huis minder dan €400.000 kostte. Let desondanks goed op, want er zit een addertje onder het gras.

De overdrachtsbelasting bedroeg vóór april 2020 twee procent van het de taxatiewaarde van een woning. Dat komt dus neer op een bedrag van €6.000 bij een huis met een waarde van €300.000.

Onwenselijk, zo vonden velen. Dit zou starters alleen maar demotiveren om de woningmarkt op te gaan, terwijl het beleggers juist zou uitnodigen tot het opkopen van meer panden: zij kunnen dat bedrag tenslotte eenvoudiger missen. Daarom werd besloten de regels op de schop te gooien. Wie nu voor het eerst een huis koopt hoeft géén overdrachtsbelasting te betalen. Daarentegen betalen beleggers juist meer.

Die regels gelden echter uitsluitend voor kopers tot 35 jaar met een woning goedkoper dan €400.000. Dat is voor sommigen een reden om te zoeken naar een huis dat nét onder die limiet duikt.

Taxatiewaarde

Belangrijk om te weten is dat het echter de taxatiewaarde is die bepaalt of een nieuwe woning daadwerkelijk onder deze grens valt. Een verkoper kan zijn woning tenslotte voor €399.000 aanbieden, maar dat betekent niet dat het pand dat ook waard is. Misschien ligt de waarde wel hoger – laten we zeggen op €410.000. En dan betaalt u dus wél gewoon overdrachtsbelasting.

Dat kan een hard gelag zijn voor starter die op voorhand denken goedkoper uit te zijn. Schakel daarom op voorhand een notaris in als u twijfelt. Zij zijn doorgaans goed op de hoogte van dit soort regels en kunnen u vertellen wat in uw situatie het verstandigst is.

Waarom 2021 hét jaar is om op zoek te gaan naar een starterswoning

Waarom 2021 hét jaar is om op zoek te gaan naar een starterswoning

De huizenprijzen stijgen en het kopen van een huis voor met name starters is daardoor lastig. We weten ook dat, ondanks eerdere voorspellingen van experts, diezelfde prijzen dit jaar nog niet lijken te dalen. En toch zijn er voor 2021 ook positieve punten te vermelden. Daar richten we ons dan ook op.
‘Wat zijn die positieve punten dan?’ Nou – bijvoorbeeld het feit dat starters in 2021 géén overdrachtsbelasting hoeven te betalen. Vooral dat, eigenlijk. Het scheelt namelijk aanzienlijk, want die overdrachtsbelasting bedroeg in 2020 nog €5.500.

Vanaf een bepaalde grens

Daarbij moeten we wel vermelden dat hier een aantal haken en ogen aanzitten. De wegwuiving van het tarief geldt bijvoorbeeld alleen voor woningen in een bepaalde prijsklasse. Woningen met een prijs van €275.000 mogen gebruikmaken van de nieuwe regelingen, maar huizen vanaf €450.000 vallen buiten de boot.
Andere eisen aan de regeling gaan over leeftijd (starters moeten tussen de 18 en de 35 jaar zijn) en het zelf bewonen van de woning. Dat laatste is namelijk een voorwaarde. Ook dient het daadwerkelijk iemands eerste woning te zijn. De vrijstelling van de overdrachtsbelasting geldt slechts éénmaal.
Het kan daardoor ook zijn dat één van de kopers aan deze regels voldoet, maar de ander niet. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer Koper A 28 jaar en Koper B 37 jaar oud is, bijvoorbeeld. In dat geval betaalt de oudere koper twee procent overdrachtsbelasting over het deel van het huis dat van hem of haar is.

Beleggers

De maatregelen zijn in het leven geroepen om starters meer kansen op de krappe woningmarkt te geven. Om die reden gaat de kwijtschelding van de overdrachtsbelasting voor starters ook gepaard met een belastingverhoging voor beleggers. Niet-natuurlijke rechtspersonen en kopers die er niet zelf gaan wonen, betalen sinds januari 8 procent overdrachtsbelasting.

Een woning kopen: dit verandert er in 2021

Een woning kopen: dit verandert er in 2021

Dat de huizenmarkt enigszins op slot zit, is nogal een understatement. Veel starters hebben het gevoel er simpelweg niet tussen te komen. De woningen die ze op het oog hebben worden veelal overboden óf weggekaapt door een belegger. ‘En daar moet maar eens verandering in komen’, dacht het kabinet. Daarom verandert er dit jaar nogal het een en ander wanneer u een woning probeert te kopen. We nemen de drie belangrijkste wijzigingen hieronder met u door.

De overdrachtsbelasting gaat – over het algemeen – omlaag

Bent u tussen de 18 en de 35 jaar oud? En heeft u een (eerste) woning van €400.000 of minder gekocht? Dan is er goed nieuws, want dan betaalt u geen overdrachtsbelasting meer. Starters waren tot voor kort gebonden aan een overdrachtsbelasting van 2 procent, maar die is afgeschaft voor kopers jonger dan 35 jaar die hun huis voor minder dan €400.000 hebben gekocht.
Huizenkopers die ouder zijn dan 35 jaar én kopers van woningen duurder dan €400.000 betalen nog wel een overdrachtsbelasting – van 2 procent. De overdrachtsbelasting voor beleggers is verhoogd: zij betalen 8 procent.

U mag iets meer lenen

Tenminste – als u de helft vormt van een stel tweeverdieners. Het tweede inkomen telt dit jaar namelijk voor 90 procent mee wanneer het maximale leenbedrag wordt vastgesteld. Dit percentage bedroeg vorig jaar nog 80 procent.

U kunt extra lenen als uw nieuwe woning energieneutraal of energiezuinig is

We spreken van een energieneutrale of -zuinige woning wanneer de zogenoemde energieprestatiecoëfficiënt minimaal 0 is. In dat geval mag u €15.000 optellen bij het maximaal te lenen bedrag. Koopt u een nul-op-de-meter-woning? Dan mag u €25.000 extra lenen. De voorwaarde voor beide mogelijkheden is dat uw bruto jaarinkomen minstens €33.000 bedraagt. Dat mag ook gaan om een gezamenlijk bruto inkomen.