Kunstmatige intelligentie wordt tegenwoordig terecht geassocieerd met onbegrensde mogelijkheden en meer winst voor bedrijven, maar er zijn ook subtiele, niet zo positieve implicaties aan verbonden. Bijvoorbeeld de sociale vooroordelen die het gebruik van AI met zich meebrengt, zoals aangetoond in een studie van Duke University, gepubliceerd in het tijdschrift ‘Proceedings of the Nationale Academy of Sciences’. Daaruit blijkt dat werknemers die vaker AI gebruiken, regelmatig het doelwit zijn van vooroordelen en negatieve meningen van hun collega’s.
Sociale uitdagingen
Dat bedrijven steeds vaker AI gebruiken, staat buiten kijf, maar daar zijn volgens bepaalde onderzoeken niet alleen voordelen aan verbonden. Hoewel het gebruik van kunstmatige intelligentie volgens een studie van McKinsey & Company in 2025 in korte tijd bijna 80% is gestegen, is het niet altijd een populaire innovatie.
Het onderzoek van Duke University met ruim 4.000 deelnemers wees bijvoorbeeld op het feit dat werknemers die AI niet of weinig gebruiken, vaak een negatief beeld hebben van werknemers die dat wel doen. Typische vooroordelen over deze eerste groep zijn ‘minder competent’, ‘minder gemotiveerd’ en ‘minder zelfstandig’.
Aangetaste reputatie
Opvallend is dat andere factoren, zoals geslacht, beroep, leeftijd en meer nauwelijks een invloed hebben op deze meningen. Wel is zeker dat de vooroordelen een negatief effect kunnen hebben op de reputatie van werknemers die AI vaker gebruiken. Een mogelijk gevolg is dat de werkgever op basis daarvan zou beoordelen dat sommige personeelsleden minder geschikt zijn voor bepaalde taken.
Vreemd genoeg verdwijnen de stigma’s rond het gebruik van AI als sneeuw voor de zon wanneer een dergelijke tool als heel geschikt of doeltreffend wordt beschouwd voor een bepaalde taak. In dat geval zijn de meningen over werknemers die AI gebruiken, juist heel positief. Conclusie: hoe minder noodzakelijk of relevant AI wordt beschouwd voor het uitvoeren van een bepaalde taak, hoe groter de ‘sociale straf’ voor gebruikers.