Een veel gestelde vraag betreft NOW 2.0, omzetbegrip, omzetdaling en NOW regeling

Welke baten vallen onder het omzetbegrip uit de NOW-regeling en hoe wordt de omzetdaling berekend?

Omzetbegrip voor rechtspersonen

  • De regeling verwijst naar de definitie van het netto-omzetbegrip zoals gedefinieerd in BW 2: 377 lid 6.
  • Deze omzet wordt gecorrigeerd voor de in de winst- en verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten.
  • Voor de omzet dient een bestendige gedragslijn gevolgd te worden voor de grondslagen en detailtoepassingen die consistent zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze zijn gehanteerd in de laatste (vóór 1 maart 2020 vastgestelde jaarrekening), mits deze conform wet- en regelgeving is opgesteld.
  • Alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid, vallen onder omzet in de zin van deze regeling.
  • Het matchingbeginsel wordt toegepast. Subsidies en baten die betrekking hebben op een langere periode dan de gekozen meetperiode worden naar rato aan de betreffende perioden toegerekend voor de bepaling van de omzetdaling.

 

 

Omzetbegrip voor natuurlijke personen

  • Omzetbepaling die de basis is geweest voor de laatst vastgestelde aangifte voor de Wet inkomstenbelasting 2001, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld.
  • Zie verder de voorwaarden bij rechtspersonen.

 

 

Hoe berekenen je de omzetdaling?

In de regelgeving is het volgende opgenomen ten aanzien van het omzetbegrip en de berekening van de omzetdaling: Voor de berekening van de omzetdaling wordt gekeken naar uw omzet in januari tot en met december 2019. 25% van die omzet (= de referentie-omzet) wordt vergeleken met de verwachte omzet in de meetperiode. De meetperiode is een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden vanaf 1 maart 2020. Dat is meestal de periode maart-april-mei 2020. Deze periode kan ook later starten, bijvoorbeeld als de omzetdaling pas later zichtbaar is. Dan kan als meetperiode april-mei-juni 2020 of mei-juni-juli 2020 worden gekozen. Het verschil tussen 25% van omzet 2019 (= de referentie-omzet) en de omzet in de gekozen meetperiode geldt als het omzetverlies. Op basis van dit verlies krijgt de aanvrager de compensatie. Omdat dit verlies nog niet definitief berekend kan worden op dit moment, krijgt de aanvrager een voorschot van 80% van verwachte vergoeding alvast uitgekeerd. Achteraf wordt het daadwerkelijke omzetverlies vastgesteld middels een eindafrekening, die boven een subsidiebedrag van € 125.000 (voorschot € 100.000 ) moet worden voorzien van een accountantsverklaring. Bij bepaling van de omzetdaling is het in geval van twijfel ook van belang om de doelstelling van de regeling in de overwegingen te betrekken; de geest van de wet. De doelstelling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten, indien sprake is van een acute terugval in de omzet met ten minste 20% gedurende een periode van drie maanden, vanwege de gevolgen van de buitengewone omstandigheden rond de coronapandemie. Het gaat dan om omstandigheden die niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend. De doelstelling is om werknemers in dienst te kunnen houden voor de uren die zij werkten vóórdat sprake was van deze omzetdaling. De uitkomst van de berekening van de omzetdaling wordt uitgedrukt in hele procenten en naar boven afgerond.

 

Hoe bereken je gebroken boekjaren/verkorte boekjaren?

De omzet, die gerealiseerd is in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie is de referentie-omzet bij een verkort boekjaar. Bij een gebroken boekjaar worden de omzetcijfers over de kalendermaanden van 2019 samengevoegd om te komen tot de omzet per kalenderjaar 2019.

 

Concern

Indien de rechtspersoon of vennootschap onderdeel is van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt uitgegaan van de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 maart 2020 bestond. Indien de rechtspersoon een dochtermaatschappij is van een ander (zoals bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek) worden de dochtermaatschappij en de rechtspersoon voor de werking van deze regeling behandeld als waren zij een groep. Voor de bepaling van de omzetdaling worden de Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen in aanmerking genomen, alsmede buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland.

 

Werkmaatschappijniveau

Per 1 mei jl. is artikel 6a toegevoegd aan de regeling. De werkgever die deel uitmaakt van een groep, kan subsidie worden verstrekt waarbij de omzetdaling wordt bepaald op basis van de omzetdaling van die rechtspersoon of vennootschap afzonderlijk (=werkmaatschappij- of subgroepniveau), indien aan de voorwaarden is voldaan. Deze zijn samengevat:

  • De rechtspersoon of vennootschap heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten (i.c. loon-bv’s).
  • De rechtspersoon of vennootschap handelt in overeenstemming met overeenkomst met de OR of vertegenwoordiging werknemers.
  • (De aandeelhouders van) het groepshoofd/moedermaatschappij, verklaren voorafgaand aan de aanvraag dat over 2020 geen dividend aan aandeelhouders zal worden uitgekeerd of eigen aandelen zullen worden ingekocht door de rechtspersonen binnen de groep tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.
  • (De aandeelhouders van) het groepshoofd/moedermaatschappij, verklaren voorafgaand aan de aanvraag dat over 2020 geen bonussen en/of winstdelingen aan de Raad van Bestuur en/of aan de directie van het concern van de rechtspersoon of vennootschap, zal worden uitgekeerd, door de rechtspersonen binnen de groep.
  • De andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep als bedoeld in artikel 6, vierde lid, voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de afzonderlijke rechtspersoon of vennootschap waarvoor de omzetdaling wordt bepaald.
  • De omzetdaling van de groep, bedoeld in artikel 6, vierde lid, bedraagt minder dan 20%, in de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel c.
  • Indien werknemers van de rechtspersoon of vennootschap, waarvan de omzet wordt vastgesteld, in de subsidieperiode werkzaamheden verrichten bij een andere rechtspersoon of vennootschap, wordt de omzet van de rechtspersoon naar boven bijgesteld. Voor de berekening van de verhoging wordt de omzet over 2019 afgezet tegen de loonkosten over 2019. Deze verdeling wordt toegepast op de loonkosten zoals deze zijn ingezet bij de andere rechtspersoon of vennootschap en toegerekend aan de omzet over de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel c.

 

 

Not-for-profit organisaties

Deze organisaties stellen in veel gevallen in plaats van een winst- en verliesrekening een staat van baten en lasten op. Baten die voortvloeien uit normale activiteiten van deze rechtspersonen worden in veel gevallen met een andere benaming aangeduid. Deze worden voor het doel van deze regeling wel meegenomen in het omzetbegrip. Deze werkgevers krijgen namelijk financiering vanuit (semi)publieke middelen en dat zorgt in het kader van de NOW-regeling ook voor opbrengsten van waaruit de loonkosten worden betaald. De baten, opbrengsten en andere voordelen, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften worden ook als omzet gezien voor deze regeling. In dit kader worden financiering uit publieke middelen of andere vormen van baten meegenomen in het omzetbegrip bij organisaties waar dit één van haar belangrijkere inkomstenbronnen is. Bepaalde financiering/bekostiging uit het publieke domein worden dus als omzet/baten gezien (zie RJ274 en bijv. RJ640.204a en verder).

 

Vragen en onduidelijkheden

Begrippen als “concern” en “normale activiteiten” vragen nog om nadere oordeelsvorming en mogelijk om verduidelijking van de NOW-regeling door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Materiële subsidies met een specifiek doel, zoals bijvoorbeeld investeringssubsidies, die normaliter niet worden gebruikt voor de betaling van loonkosten, vallen wellicht niet onder het omzetbegrip van deze Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid van bijvoorbeeld not-for-profit organisaties. Er zijn signalen dat organisaties in het publieke domein het gebruik maken van de NOW-regeling uitsluiten in combinatie met aanvullende publieke bekostiging, zodat er niet dubbel kan worden ontvangen. De concrete uitwerking hiervan hebben wij nog niet beschikbaar. Ook zijn er nog vragen over de gevolgen van rechtsvormwijzigingen van eenmanszaak/vof naar BV of andersom per 1 januari 2020 bijvoorbeeld. Ten slotte zijn er vragen over de nieuwe bepalingen voor de bepaling van omzetdaling op werkmaatschappijniveau (artikel 6a). Hoe moeten financials en accountants vaststellen dat binnen de groep “geen opdrachten of projecten uit worden gevoerd die ten koste kunnen gaan van de afzonderlijke rechtspersoon of vennootschap waarvoor de omzetdaling wordt bepaald”.

De geconsolideerde tekst van de NOW-regeling treft u achter deze link.

De tweede wijziging van de NOW-regeling (artikel 6a) treft u achter deze link.

De derde wijziging van de NOW-regeling (o.a. omzetbepaling bij overgang van een onderneming) treft u achter deze link. Geplaatst: 26 mei 2020 (16:15 uur)

Bron : Welke baten vallen onder het …

Download hier gratis het PDF bestand met de meest gestelde vragen over de NOW regeling

Fill out my online form.

Veel gestelde vragen over NOW regeling

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Als werkgever vraagt u de NOW aan per loonheffingennummer. De loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer. Ingeleende krachten (zoals payroll en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten. Zij vallen onder hun payroll bedrijf of uitzendbureau

Voor de definitie van omzet bij de NOW regeling wordt aaneengesloten bij de omzet definitie in het jaarrekeningenrecht. Hierin wordt uitgegaan van de netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf onder aftrek van kortingen en belastingen die over de omzet zijn geheven
Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebbend op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten
Ontvangt u andere opbrengsten dan uit de verkoop, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars? Dan vallen deze opbrengsten voor de regeling ook onder omzet.

Voor NOW 2.0 aanvraag omzetdaling kan een omzetdaling worden opgeven in een aaneengesloten periode van 4 maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020 (bijvoorbeeld van 1 juli tot en met 30 oktober)

De aanvraag NOW 2.0 geldt voor een periode van 4 maanden en ziet op omzetdalingen vanaf 1 juni 2020. Met de online rekenhulp berekent u het percentage omzetverlies over een periode van 4 maanden.

De onderstaande baten vallen onder omzetbegrip uit de NOW-regeling en worden op de volgende manier berekent:

Als u niet bij Exact Online kunt inloggen, kunt u de volgende stappen volgen om dit op te lossen:

    • Herstel uw gebruikersnaam of wachtwoord. Klik hiervoor op de inlogpagina van Exact Online op de hyperlink Wachtwoord vergeten? En volg de instructies.
    • Gebruikt u verificatie in twee stappen? Controleer dan of u de verificatiecode correct hebt ingevoerd en of de tijd op uw telefoon juist is ingesteld.

Bij aanvragers van NOW3, eerste, tweede en derde tijdvak – wordt volgens de standaardregel – het omzetverlies in de gekozen driemaands periode in 2020 vergeleken met een vierde van de jaaromzet van 2019.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van het omzetverlies. Dus: hoe groter de daling, hoe hoger de tegemoetkoming.

De NOW-regeling (Tijdelijke Noodmaatregel voor Overbrugging Werkbehoud) gaat uit van het omzetcriterium. Er kunnen echter bij de cliënt situaties ontstaan waardoor de (periodieke) facturering wel doorgaat, maar de betalingen hierop sterk teruglopenDe ondernemer ontvangt dan minder geld en zo kunnen er toch liquiditeitsproblemen voor de onderneming van uw cliënt ontstaan.

De NOW-regeling kan soms gunstig en soms heel ongunstig uitpakken voor bedrijven met grote seizoensfluctuaties zoals strandtenten, toeristische attracties of bedrijven in de landbouw.