ChatGPT, Copilot en talloze andere AI-tools winnen snel terrein en hoewel ze veel mogelijkheden bieden, stellen steeds meer experts zich vragen bij het nut ervan in een bedrijfscontext.
Het grootste risico is wellicht dat ondernemingen de technologie gebruiken zonder echt na te denken over hoe het belangrijke bedrijfsprocessen effectief verbetert. Daarbij blijkt kunstmatige intelligentie vooral vruchten af te werpen op individueel niveau.
Afhankelijk van de gebruiker
Tools als ChatGPT zijn geschikt voor allerlei individuele taken en activiteiten, zoals het opstellen van een e-mail, het verzamelen van info, enzovoort. In die zin heeft kunstmatige intelligentie een rechtstreeks effect op de productiviteit van het individu. Werknemers die er gebruik van maken, kunnen alledaagse taken sneller en beter uitvoeren.
Op zich goed nieuws, maar dit brengt impliciet ook een uitdaging met zich mee. In welke mate AI bijdraagt aan een betere workflow en resultaten, hangt immers vooral af van de vaardigheden van de gebruiker zelf.
Zo zal een gebruiker die een prompt of vraag duidelijk weet te formuleren, veel meer uit een tool als ChatGPT kunnen halen dan iemand die dat niet kan. De technologie is dus niet meer dan een aanvulling op de vaardigheden en inzichten van de persoon die er gebruik van maakt.
Beperkte mogelijkheden op grote schaal
Op individueel niveau biedt AI, mits de juiste aanpak, dus heel wat voordelen, maar die verwateren grotendeels zodra er sprake is van een bedrijfscontext. Wanneer men dergelijke tools gebruikt, blijft het resultaat immers afhankelijk van de expertise van het individu. Dit vergroot het risico op inconsistente en vooral onbetrouwbare resultaten.
Dit risico is in de praktijk trouwens nog groter, omdat de meeste bedrijven gewoonweg niet beseffen welke implicaties dit heeft. De meeste ondernemingen zien AI-applicaties immers als een wondermiddel voor uitdagende bedrijfsprocessen. Juist die mentaliteit zorgt ervoor dat men blind vertrouwt op de vaak onjuiste resultaten van tools als ChatGPT.